Zingen, lief, is zich belijden
In de naakte heimlijkheid
Waar
de goden zelf in schrijden
Door de godenloze tijden
Enkel
kenbaar den gewijden
Als hun hand den zegen breidt, -
Zingen,
lief, is zich belijden
In zo naakte heimlijkheid !
Zingen, lief, is zich versteken
In een vindbaarheid zo
schoon,
Dat naar echo-lichte woon
Onder jeugd-en-liefdes
teken
Blijde pelgrims nooit ontbreken
Tot den tol van zingens
loon, -
Zingen, lief, is zich versteken
In een vindbaarheid zo
schoon !
Uit: Vergeten Liedjes (1909)