De tijden zijn zwart.
wij zijn eeuwen en eeuwen te laat
geboren.
in een mantel gehuld, door een
engel op weerlichten
doortocht verloren
en door het onuitroeibaar heimwee vervuld
den
Koning te zien voor Wien ik had willen strijden,
schrijd ik naar
den Dood
en die een krijgsman had willen zijn
in de harstochtelijkste
aller tijden,
moet nu in late verwilderde woorden gewagen
van
eeuwen, die versomberden tot verhalen
– duister en vurig –
van Kruistochten
en Kathedralen. –